C.O.V. ‘Laudando’ zaterdag 3 oktober 2009, Hervormde Kerk Dirksland o.l.v. Rinus Verhage met Favorieten uit de Romantiek (koor en groot orgel), Wim Diepenhorst – orgel.
1. Te Deum Laudamus: We praise Thee, o God F. Mendelssohn (1809-1847)22. Pater noster, qui es in coelis F. Liszt (1811-1886) 3. Qui seminant in lacrimis (Psalm 126-5) F. Liszt4. Orgel: Sonate 5 in D F. Mendelssohn (1809-1847) (Andante, Andante, Allegro maestoso)5. Cantique de Jean Racine G. Fauré (1845-1924)6. Psaume 150 C. Franck (1822-1890)7. Orgel: Prélude, Fugue et Variation C. Franck8. Blessed be the God and Father S.S. Wesley (1810-1876)9. O pray for the peace of Jerusalem J. Goss (1800-1880)10. Magnificat and Nunc Dimittis in C, Opus 115 C.V. Stanford (1852-1924)“Favorieten uit de Romantiek”
De programmatitel trok mijn aandacht. Na afloop van het concert kwam ik tot de conclusie dat beter gesproken had kunnen worden van “Meesters uit de Romantiek” omdat emotie en beroering elkaar afwisselen mede door de stoutmoedige benadering van de dirigent met de geprogrammeerde composities. Een muziekrecensent dient bij het beluisteren van beroepskoren andere criteria te hanteren dan bij het aanhoren van amateurkoren. Van professionals mag je verwachten dat hun prestaties aan de hoogste eisen voldoen; een mildere houding is gepast bij amateur-musici. Zij immers hebben soms maandenlang geploeterd om hun zaakjes in muzikaal opzicht voor elkaar te krijgen. Een regelrechte verrassing is in dit verband het concert door Christelijke Oratorium Vereniging ‘Laudando’. In de Hervormde Kerk van Dirksland weet het koor onder leiding van Rinus Verhage een uitvoeringsniveau te bereiken waar je U tegen zegt. Een helaas matig gevulde kerk was zaterdagavond het decor van een gevarieerd muzikaal programma. Onder het motto ‘illustratief voor de stijlperiode’ stelt het bijna vijftig leden tellende koor ‘Laudando’ dit keer het avontuur en de spanning in de muziek net zo centraal als de in klanken en teksten verwoorde boodschap.
De dirigent heeft het koor al 10-tallen jaren onder zijn hoede. Toch groeit het onder zijn gedecideerde leiding nog steeds, nu tot een welhaast professionele uitvoering van onder andere composities van Mendelssohn, Liszt, Franck en Stanford.
Een mooie proloog, waarin voorzitter Arjo Wesdorp de muzieklijn en -reis extra diepgang geeft opent het concert. Het koor zet in met het ‘We praise Thee, o God’ van Mendelssohn. Je hoeft absoluut geen fantastische oren te hebben om te horen dat de C.O.V. vocaaltechnisch veel in huis heeft. Vooral de sopranen klinken dankzij goede stemvorming in het hoge register zuiver, zeker wanneer er tegelijkertijd 'piano' moet worden gezongen. Ook de accuratesse in de polyfone koorgedeelten bij het ‘Te Deum’ van dezelfde componist hierna maakt dat het koor ver boven het gemiddelde presteert.
Daarna volgt een blok van de Hongaarse componist Liszt, welke een tijdgenoot van Mendelssohn was. Het eenzijdige imago van Fransz Liszt als toetsenbrekende pianovirtuoos wordt geheel aan diggelen geslagen door de programmering van twee religieuze muziekwerken deze avond. Feit is dat naarmate Liszt ouder werd, het geloof een steeds grotere rol in zijn leven speelde en drukte zich soms met een soberheid uit die kenmerkend is voor zijn laatste tien jaren. Deze werken moet je dan ook zien als zijn persoonlijke geloofsgetuigenis. Het ‘Pater noster’ en ‘Psalm 126’ staan muzikaal hoog. Je hebt er inderdaad een orgel voor nodig met klanknuancering, en wat dat betreft was de combinatie met het “Künckel” instrument perfect. De chromatische opbouw van de composities en de open liggende melodische vocale lijnen deed een groot beroep op de toonzuiverheid van de zangers. Op een enkele onvolkomenheid na presteerden de uitvoerende ook hier voorbeeldig: gecompliceerd maar samenklinkend en aangenaam voor het oor.
Om de titel van het concert nog meer eer aan te doen volgt hierna een blok van de componisten Fauré en Franck. Wat ook hier opvalt, is dat het koor de stukken zonder meer zuiver en gedisciplineerd zingt. De dirigent heeft de ‘koristen’ als het ware aan een touwtje. De inzetten zijn zonder aarzelingen en de zuiverheid is voorbeeldig te noemen. Het koor heeft zich voor de begeleiding verzekerd van de prima presterende organist Wim Diepenhorst. De organist speelt met veel enthousiasme en durf. Dat kan ook want de speler weet precies waar hij onder leiding van deze dirigent aan toe is. Het resulteert in mooie orgelbegeleidingen en virtuoze orgelstukken waarbij je haast zou vergeten dat de toetsen van het kerkorgel niet aanslaggevoelig zijn en je geen gevoel kunt leggen in het toucher.
Een veel moeilijker gedeelte zijn de Engelse koorstukken, onder andere het ‘Magnificat and Nunc Dimittis’ van Stanford. Dit vooral omdat deze voor de koorliefhebber zeer bekend zijn. Het luistert lekker weg, om het zo maar eens te zeggen en eist daarom veel van de uitvoerende. De benadering van Rinus Verhage is instrumentaal gedacht. Met pittige tempi en ritmische precisie krijgen deze boeiende stukken zonder meer veel vitaliteit en spanning. Dat Verhage inmiddels veel ervaring heeft als (koor)dirigent, is duidelijk te merken. Hij zoekt slechts naar waarheid in de partituur. Je hoort ‘authentieke’ accenten, maar toch ook de klankcultuur van de romantiek, die -ondanks de (niet romantische) geringe kooromvang- flexibel wordt ingezet. Verhage laat door middel van het koor de componisten zingen! Ademend, met de nodige drive en alertheid, reagerend op zijn aanwijzingen. Het koor produceert een homogene en gecontroleerde klank, al zou de balans van het koor verbeterd kunnen worden door versterking van enkele bassen en tenoren.
Dit mooie concert wekt veel verwachtingen voor de toekomst.
Rinus Verhage imitatie van Stanford
Rien Abramse



